Michiel schreef op vrijdag 19 februari 2010, 22:45:
> Wat voor een dingen doe je daar concreet met je hond Karen?
Vind 't leuk dat je het vraagt Michiel en post m'n antwoord met plezier op dit forum! Lang verhaal geworden - alleen bedoeld voor wie interesse heeft in dit onderwerp (nu ja, dat spreekt eigenlijk voor zich, in "
de kroeg")
Voorbeelden:
* basis: ik leg de kinderen zo simpel mogelijk uit waarvoor de clicker is: als je clickt, zeg je tegen mijn hond "goed zo!". Kinderen (jonge kinderen en/of kinderen met verstandelijke of psychiatrische beperkingen) vinden alleen die clicker al een gewéldig ding. Niet voor niks had je vroeger van die "klik-klaks, als speelgoed voor kinderen...). Ná de click mogen ze een balletje gooien voor Fred (m'n hond). Gooien met een bal vinden ook bijna alle kinderen leuk, vooral in combinatie met een enthousiaste hond, die de bal nog terugbrengt ook.
Ik bewaak dat het niet (te vaak) gebeurt dat een kind clickt alleen maar omdat het zo leuk is om die clicker in te drukken... (hoewel Fred wel gewend is aan "clicks" die niet voor hém bedoeld zijn, we trainen regelmatig in groepsverband met anderen die ook clickeren). Bij sommige kinderen betekende dat, in het begin, dat ik het meer dan 10 of 20x geduldig moest uitleggen, in een uurtje tijd. Dat vind ik niet erg (maar wel vermoeiend...). En wat ik dan leuk vind, als zo'n kind die moeite heeft om het te snappen, of die om andere redenen het moeilijk kan laten om op die clicker te drukken, dan wél eens een minuut de clicker in de hand heeft maar niet zonder reden clickt, dán kan ik het KIND "clicken". Dus het kind aanspreken, zeggen dat ik heb gezien en gehoord dat hij/zij het nu helemaal goed heeft gedaan, niet 1x zomaar geclickt. Wat goed van jou, etc.

. En dán, als ik dat goed doe, gaat het kind (weer) stralen én het kind leert dat het belonend is als het doet wat ik geduldig vraag.
* iets meer dan basis
Fred kent alle hindernissen zoals die worden gebruikt bij behendigheidswedstrijden. Hij ként ze niet alleen, hij is "bloed-fanatiek" als we behendigheid trainen

.
Ik neem meestal 2 "officiele" behendigheidstoestellen (hindernissen) mee. Altijd hoogtesprongetjes, en dan nog iets, bijvoorbeeld de tunnel. Eén voor eén mogen de kinderen Fred over een klein parcoursje sturen. Voor de startlijn hond "af" (liggen), klaar voor de start.... gó! Enkele kinderen kunnen dit inmiddels héél goed zelfstandig. Ze werken héél goed met lichaamstaal (allemaal voorgedaan, uitgelegd) om aan Fred duidelijk te maken of hij links moet, of rechts, langzamer, wélke hindernis (de bedoeling is, net als bij een paarden springconcours, dat de hond de hindernissen neemt in een aangegeven volgorde). Dat werken met lichaamstaal uitleggen aan kinderen vind ik ook erg leuk om te doen. Ik speel dan o.a. voor hond, en het kind mag mij mbv lichaamstaal die ik als hond kan begrijpen, uitleggen welke kant ik op moet.
Ik hou de parcourtjes altijd kort, maar voor kinderen die het goed snappen en goed kunnen, maak ik bijv. wél heel moeilijke bochten in het parcours. Fred is echt niet bij te houden qua snelheid, dus met zo'n moeilijk parcours moet je (het kind) dan eerst bedenken waar je zélf het slimste kan gaan staan in het parcours (nog voordat de hond start), en welke lichaamstaal en gesproken commando's je dan nodig hebt om Fred op tijd te sturen, zodat hij niet de verkéérde hindernis neemt. Voor de op dat vlak wat minder bedeelde kinderen zet ik de hindernissen in een voor Fred logische lijn. Dán komt het er eigenlijk op neer, dat Fred - na mijn toestemmingssignaal - zelfstandig dat parcourtje doet, dan maakt het niet uit wat het kind zegt of doet
Bij één meisje geef IK álle signalen aan Fred (heel subtiel, da's voldoende), dat meisje kan als enige vd groep aan Fred zelfs niet duidelijk maken dat ze hem vraagt om te gaan liggen (simpel handgebaar naar beneden). Toch gaat ook dat meisje stralen, want in haar belevingswereld "tovert" ze mijn hond over het parcours! Zo heb ik dat ook met haar afgesproken, dat zij Fred mag en kan "toveren", als zij aan de beurt is. Ik zeg er wel altijd bij, dat ik haar dan help om het Fred duidelijk te maken. Sommige andere kinderen hadden de neiging om dit meisje ermee te plagen, dat ze het allemaal niet echt zelf doet. Inmiddels is dat helemaal over en hebben de meeste kinderen zelfs ervaren dat het juist léuk is om het spel mee te spelen en zelfs om (soms) tegen dit meisje te zeggen dat ze het knap gedaan heeft. Dit meisje hoort er steeds meer óók bij in de groep, en dat maakt mij dan weer blij

.
Fred weet 't exact, als dit meisje aan de beurt is, is zijn focus op mij. Is er een kind aan de beurt die 't zelfstandig doet, dan focust hij op dat kind. Oók als in precies dezelfde posite sta (pal naast het kind). Prachtig vind ik dat! Ook opmerkelijk: Fred is niet een hond die snel iemand een lik geeft. Maar dít ene meisje krijgt van Fred regelmatig een lekker kwijlerige LIK. In het begin vond ze dat héél eng, nu is ze er trots op.
Of: de kinderen en ik gaan een nieuwe hindernis voor Fred bouwen en daarna gebruiken we die. Er liggen daar allerlei materialen, en aan creativiteit en fantasie ook geen gebrek. De kinderen zélf kunnen ook "voor hindernis spelen". Bijvoorbeeld, Fred kan slalommen, tussen hun benen door. Twee kinderen tegenover elkaar zittend op een stoel houden hun benen omhoog: een hoogtesprong.
Of: we bouwen een doel (goal), en de bedoeling is om Fred te laten scoren. Score = Fred loopt tussen de doelpalen door. Kind probeert het balletje zó te gooien, dat Fred logischerwijs (achter de bal aan) scoort. Is makkelijk in een rechte lijn, kan moeilijk zijn als ik het kind verplaats ten opzichte van het doel, en nóg moelijker als ik niet het kind verplaats, maar wél Fred.
Tussendoor: ik leer de kinderen iets over honden:
Als je een "lieve hond" tegenkomt en je wilt hem aaien, wat doe je dan? Als je de hond mág aaien van zijn "baasje", hoe kun je dan het beste aaien (wat vindt een hond wel fijn en wat vindt hij niet fijn, of misschien "eng")? Is Fred nu blij? Hoe zie je dat dan? Fred vraagt /zeurt om de bal, hij wordt ongeduldig - hoe zullen we reageren (en waarom)? etc.
De kinderen leren (het verschilt per kind, maar globaal): sámen lol maken (met elkaar, met Fred, met mij, met z'n allen). Ik vind dat voor mijzelf ook genieten, ongedwongen lól maken. Lekker mee-fantaseren met die kinderen; we zitten opeens op zee in een bootje, o hellup daar komt de politie, we eten denkbeeldige patatjes (k heb liever echte, maar allez), .... En verder leren ze; wat níet lollig is en (dus) óók niet belonend (pesten, voordringen, boos worden, etc. etc.) - op dit punt vraag ik vaak advies en soms concrete hulp aan de groepsleider vd zorgboerderij. Zij en ik hebben heel veel overeenkomende ideeën, maar met moeilijk opvoedbare kinderen heeft zij véle malen meer ervaring dan ik. Ben héél blij met die hulp, op sommige momenten....
Verder leren ze over hondentaal, om dingen die je eng vindt te overwinnen, motorische zaken (door gericht te gooien, te rennen, zélf over - veilige - hoogtesprongetjes te springen, etc.), dat vrágen altijd goed is en beloond wordt (dit in tegenstelling tot zeuren), dat het léuk is om hardop tegen iemand anders te zeggen dat die iets goed gedaan heeft (maar alleen als je het meent), hoe leuk het is om zélf te horen dat je het goed gedaan hebt, ....
Op deze Zorgboerderij zijn ook veel andere dieren (honden, paarden, geiten, varkens en meer). Ook over die dieren vertel ik, als dat zo uitkomt. En een enkele keer clickeren we met een pony of paard, of geit. Máár dan kunnen deze kinderen veel minder zélf doen, dat vind ik al gauw te gevaarlijk en/of voor het dier dat dan meedoet te verwarrend. Daarom doen we dat maar zelden en maar kort.
Ik doe dit nu zo'n 1,5 jaar. Helaas niet zó regelmatig/frequent als ik 't liefst zou willen (o ja, de kinderen leren dus óók nog om te gaan met frustratie: als ik afbel, omdat ik niet fit genoeg ben om te gaan - zie je wel, elk nadeel heeft z'n voordeel

!)
grt, Karen