Zoals ik schreef ik m’n vorige bericht, ik vind dat ik het niet kan maken om te citeren uit artikelen die in een betaald tijdschrift staan. Maar wat wel kan, is in m’n eigen woorden vertellen over wat ik uit die interviews begrepen heb

.
KFH onderscheidt de
probleempaarden die hem worden aangeboden voor hertraining in drie groepen (natuurlijk past niet elk paard precíes in één “hokje”).
(
1) Paarden die bruut getraind zijn, maar wel door een duidelijke, consequente trainer.
Die paarden zijn bijv. vaak en hard geslagen met de zweep, en/of hebben rukken aan het bit gehad. Maar wel altijd (consequent) voor dingen die het paard kan leren begrijpen: bijv. “als ik bok, dan krijg ik een mep”. Zo’n paard ziet niet persé mensen als onbetrouwbaar, maar wel als agressief. Plus deze paarden hebben (grote) angst voor de gebruikte hulpmiddelen, bijv. zweep. Deze paarden zijn voor KFH relatief snel en gemakkelijk te hertrainen.
(
2) Paarden die getraind zijn door een inconsequente, onzekere trainer.
Deze paarden zijn vaak eigendom (geweest) van iemand die graag “lief” wil zijn voor het paard maar zich frustreert als hij/zij dingen niet voor elkaar kan krijgen, waardoor hij/zij dan soms opeens driftig wordt en dan wél slaat of anderszins straft. Omdat zulke trainers erg onduidelijk en inconsequent zijn, snapt het paard er geen bal meer van en kan een diep wantrouwen naar mensen ontstaan.
En/of paarden van onzekere mensen, die allerlei verschillende methodes uitproberen op hun paard (omdat ze maar niet kunnen kiezen wat ze nu willen, welke methode(s) wel of niet). Des te groter de tegenstellingen in die methodes, des te verwarrender voor het paard. Het paard kan niet meer snappen/voorspellen voor welke dingen het straf zal krijgen en voor welke dingen niet.
KFH vindt deze groep moeilijker te hertrainen dan groep één, omdat zo’n paard meer in de war is en in grotere mate mensen als onbetrouwbaar/onvoorspelbaar ziet.
(
3) Paarden die getraind zijn op basis van methodes die NH worden genoemd, waarbij de eigenaar/trainer afwisselend de rol van jager aanneemt en dan weer de rol van vriend.
KFH noemt expliciet de
join up als voorbeeld. De trainer neemt de rol van jager op zich, totdat het paard zich letterlijk over geeft aan de jager. Het paard zegt (ongeveer): “o.k., jij hebt gewonnen, ik geef het op, dood mij maar”. Het paard wordt dan (natuurlijk) niet letterlijk gedood, maar er wordt wel min of meer letterlijk bezit van hem genomen. Op die manier wordt bijv. bij een nog groen paard nadat het zich heeft overgegeven aan de “jager”, een zadel op de rug gelegd en meteen opgestegen. Het publiek denkt (meestal): ohw wat prachtig, het paard werkt vrijwillig 100% mee, in zó’n korte tijd. Ze vergeten of ze zien niet, dat het paard meewerkt omdat het zich voor dood aan de trainer heeft aangeboden. Als het verzet in het paard weer terugkomt, wordt het join-up ritueel herhaald.
Geen NH, maar ook een manier om het paard zich voor dood aan je te laten overgeven, is de *Rollkür*.
Hoewel KFH het woord
Parelli niet gezegd heeft in de interviews die ik toch nog toe heb gelezen, geeft hij naast de join-up als 2e voorbeeld van dat soort NH, het zonder oog voor de beleving van het paard uitvoeren van game 1, dan game 2, game 3, etc.
Daarbij vertelt KFH dan, dat hier het paard het ene moment wordt opgejaagd (weggestuurd op basis van P+ / druk) waardoor in de ogen van het paard de trainer een jager/agressor is. En het volgende moment wil diezelfde trainer vriendelijk contact met het paard.
Maar al te vaak wordt net nadat het paard dat vriendelijke contact eventueel beantwoordt, het paard juist weer weggestuurd. De eigenaar/trainer wisselt dus voortdurend van rol, en dat in extremen: jager versus bondgenoot. Door de ogen van het paard is zo’n mens een onvoorspelbare schizofreen.
In welke mate het paard daar onder lijdt, dat hangt natuurlijk mede af van wat je precíes doet en hoe vaak (bijv. hoeveel P+/druk gebruik je, versus hoeveel R+). Maar het schizofrene aspect dat je dán weer jager bent en dán weer bondgenoot, is m.i. (en volgens KFH, als ik hem helemaal goed begrijp)
onlosmakelijk verbonden aan het
Parelli programma.
KFH vindt deze groep probleempaarden het allermoeilijkst te hertrainen.
Hij noemt deze paarden dood (in hun ziel), depressief, en érg in de war gebracht, waardoor ze gevaarlijk kunnen worden van het ene moment op het andere (als zo’n paard een uitweg meent te zien, wég uit die verwarrende schizofrene mensenwereld).
Let op

:
het gaat in deze laatste alinea niet over elk willekeurig
Parelli- of Monty Roberts-paard, maar om paarden waarbij zulke methodes ertoe geleid hebben dat het paard een probleempaard werd en daarom aan KFH werd aangeboden ter hertraining.
grt,
Karen