(vervolg vertaling interview KFH)
@
Eddy : dit stuk tekst vind je denk ik interessant (?). Omdat het ondermeer over de Spaanse rassen gaat. Of je het ééns bent met KFH op dit punt weet ik niet (ik vermoed van niet), maar interessant, toch?
En het gaat ook over dat je niet moet vasthouden aan één methode / hulpmiddel, maar afhankelijk van met welk paard je werkt, je een gereedschapkoffer vol met mogelijkheden moet hebben.
_________
Mark: Juist. Het is daarom zo triest dat zelfs iemand – en ik ga jouw woord gebruiken omdat ik ermee instem – zelfs iemand met jouw gave bijna niet bij machte is om deze paarden te redden. Want ze zijn de redding voorbij en, ik vraag me af, hoeveel van die paarden kunnen er zo zijn in de wereld? Nee, het heeft geen waarde om dat te overdenken. Dus laten we doorgaan naar iets dat misschien wat meer positief is, misschien kunnen we praten over de alternatieven, en natuurlijk over de omvang van het debat dat momenteel plaatsvindt, en de campagne die hopelijk wat attentie zal trekken (het debat over en de campagne tegen rollkür, kk).
En natuurlijk zijn er mensen geweest die geschreven hebben aan de sponsors van de FEI en de sponsors van sommige van de top dressuur ruiters, en hopelijk zal dit alles wat verandering teweeg brengen en wat druk op de FEI zetten. Maar ik denk dat waar de mensen naar zoeken, de alternatieven zijn. En we hebben opnieuw verschillende mensen die schriftelijk reageren, bijvoorbeeld Anne schrijft vanuit Texas en vraagt “kan een snaffle bit worden gebruikt?” En ik heb Jan schrijvend vanuit Oxford Engeland die vraagt “Hoe zit het met gebruik van halsters die druk uitoefenen, touwhalsters, het Dually halster, etc. Zijn die wezenlijk anders dan de teugels, enzovoort, die worden gebruikt bij rollkür?” Ik bedoel, natuurlijk is er een tijdselement van toepassing. En bijvoorbeeld, ik weet dat Carolyn Resnick dressuurpaarden kan trainen tot op het hoogste niveau, zonder enig gebruik van dergelijke hulpmiddelen en teugels etcetera. Dus wat zijn de praktische alternatieven, Klaus? Waar kunnen we aan denken?
KFH: Ja Mark. Ondertussen raken jij en het publiek er aan gewend dat ik graag 2 – 3 stappen terug wil. En opnieuw zou ik dat graag doen Mark.
Mark: Ja, ga je gang.
KFH: Alleen maar om structuur aan te brengen. Ik wil dat heel graag, omdat als je gewoon de wereld bekijkt zien je ogen de realiteit, en dan kun je simpelweg structuur aanbrengen in iets. Laten we teruggaan naar bijvoorbeeld het oorspronkelijke natuurlijke paard. Het natuurlijke paard is een paard dat een specifieke balans heeft tussen de schouders, tussen de rug, tussen de het achterwerk en tussen de hals. En als we een paard hebben zoals bijvoorbeeld een Camarque paard uit Frankrijk, of bijvoorbeeld als we kijken naar Welsh Cob ponies, of we kijken bijvoorbeeld naar veel, heel veel pony types, bij wijze van spreken, dan kun je zien dat de hals bijvoorbeeld, relatief kort is, relatief massief, en de kaken en, ik weet niet het juiste engelse woord voor de botten in het gezicht, die zijn ook relatief massief.
En als je dan kijkt naar het “normale” foksysteem, waar je ook kijkt, of het nou dressuurpaarden zijn of springpaarden of baroque paarden zoals de Spaanse of Portuguese rassen of wat dan ook, dan zul je je andere lichaamsverhoudingen vinden. Je vindt andere vormen en andere plaatjes waarnaar gestreefd wordt. Als ik kijk naar bijvoorbeeld Harmon. Het laatste paard dat ik hier had, dit paard heeft, opmerkelijk genoeg door de manier waarop hij gefokt is, heeft hij teugels nodig. Hij heeft teugels nodig. Omdat als ik de vorm van dit paard vergelijk met een normaal paard zoals deze Welsh Cob, of dit Camarque paard, etc., dan zul je zien dat Harmon relatief lang en smal is, hij is een hengst, maar hij heeft een smalle lange nek en de juk- / kaakbeenderen van het hoofd bijvoorbeeld, die zijn ook anders, smaller en kleiner.
En als zo’n paard – je kunt het zien op de video – als het paard uit zichzelf rent dan zul je altijd het gevoel hebben dat hij op de voorhand loopt. In de videoclip Quiejo’s First Dance, kun je het heel duidelijk zien, eerst zie je het paard uit zichzelf lopen en daarna ondersteun ik hem. Dus, wat ik in in weze doe met het paard door middel van mijn lichaamstaal, ik bewerk zijn achterhand, op een bepaalde manier overdrijf ik het. Ik stop zo veel belangstelling en zo veel focus in die achterbenen dat het paard op de een of andere manier aangemoedigd wordt om zijn hals richting zijn lichaam te brengen. Maar als je het paard op die manier begint te rijden, ik doe dat met een halster bijvoorbeeld, zeer zeer zelden met een bit van welk type dan ook omdat, zoals je eerder al zei, over iemand anders, bitten absoluut niet effectief zijn. Ze hebben geen enkel nut. Ik zal daar straks op terugkomen.
Maar normaal gesproken als ik signalen wil geven, dan met het halster of wat ik ook gebruik is de cavesson. Dus een leren ding rond de mond, zeg maar, en er is een grote kans dat je dan maar één touw, dus geen twee teugels, dat je maar één touwtje gebruikt richting de neus. Het zit hoger en dan kan ik simpel met m’n vingers spelen om het paard informatie te geven. Maar Mark, als ik zo’n type paard op die manier begin te rijden, dit type moderne spring- en dressuurpaarden, dan blijkt dat ze gefokt zijn, gemaakt zijn, herbouwd zijn zeg maar, op zo’n manier dat ze een vijfde been voor zich nodig hebben.
Maar wat ik leuk vind aan rijden is wat ik gedaan heb met Janosch. Als je me ziet rijden met Janosch op video’s of zo, dan kun je een paard zien dat uit zichzelf perfect in balans is. Dat paard heeft niet door zijn bouw een teugel nodig. Maar als ik begin te rijden met Yunque, dan zul je me niet met Yunque zien rijden zónder teugel. Omdat dat niet goed zou zijn voor hem. Hij zou zich verloren voelen. Dit moeten we ons realiseren.
Dus als mensen zeggen “Ik wil graag terug naar een heel natuurlijke manier van rijden” dan zul je als consequentie een paard moeten vinden die zijn genetische wortels heeft van zo’n duizend jaar geleden, zeg maar. Ze zijn er nog steeds, maar we moeten onze ogen openen en we moeten duidelijk zijn: Wow!
Waarom een baroque paard, zoals een Lusitano, zoals een Spaans paard – tenminste de meeste van hen – als dit niet op de een of andere manier een ongelukje (foutje, kk) in het ras is; ze hebben een andere nek. Ze zijn compleet anders gebouwd door honderden jaren fokken, compleet anders dan bijvoorbeeld dat Camarque paard of die Welsh Cob of wat voor type dan ook van die oorspronkelijke paarden.
Dus: het is niet zo: “Ik gebruik geen teugels / Ik gebruik een halster / Ik gebruik dit type hoofdstel.” Nee! Alsjeblieft, we moeten een stap terug doen kijk naar je paard en dan afhankelijk van je paard moet een een gereedschapskoffer (tool box) creëren, om met dát type paard om te gaan.
________