eddy DRUPPEL schreef op dinsdag 13 oktober 2009, 14:31:
>

.Hetzelfde geld eigenlijk ook voor de
> teugelvoering .Als je je paard leert binnen bepaalde marches te
> blijven zolang de teugelvoering niet verandert krijg je een
> constante aanleuning
Hoe bedoel je, binnen marches blijven?
Ik hou mijn teugels op zo licht mogelijk contact, zodat ik een voelbare verbinding heb mijn 't hoofd. Waar het paard zijn hoofd houd en welke bewegingen het maakt, daar ga ik zo zacht mogelijk in mee, meestal heb ik weinig reden om sturend te zijn daarin.
> Ik zal is kijken of ik een klein
> voorsmaakje van de site kan laten zien in een fotoreportage .
Ik heb je hulpen hieronder kort samengevat, als er onjuistheden in zitten hoor ik het wel, hé. Het is vooral eenvoudig en duidelijk voor een paarden, vooral de teugel niet gebruiken bij afremmen vind ik sterk omdat het bij een ophouding ineens veel betekenis krijgt.
Langzamer gaan = kanteling van bekken, benen iets naar voren, liefst geen teugel
Stoppen = kanteling van bekken, benen iets naar voren, liefst geen teugel
Van draf naar stap = kanteling van bekken, benen iets naar voren, liefst geen teugel
Van galop naar draf = kanteling van bekken, benen iets naar voren, liefst geen teugel
Versnellen = één been iets naar achteren strijken, meer niet.
Van stop naar stap = één been iets naar achteren strijken
Van stap naar draf = één been iets naar achteren strijken
Van draf naar galop = doorzitten + één been iets naar achteren strijken, teugel los
Achterwaarts = kanteling van bekken, benen iets naar voren, iets naar achteren leunen
Wenden = navelsturing en binnenbeen iets naar achteren strijken
Zijwaarts = wijken voor één been iets naar achteren gedrukt houden
Ophouding geven = benen op de plaats houden en teugel iets aannemen
Gestrekte draf = iets naar achteren leunen tezamen met het aanleggen van de benen
Groet, Michiel