Nick Altena schreef op woensdag 31 januari 2007, 16:27:
> e m kraak schreef op woensdag 31 januari 2007, 14:24:
>
>> Nick je haalt zaken door elkaar!

>
> Met geweld kan je een hoop bereiken, met geduld, liefde en
> belonen
> veel meer !
Hieronder een aantal uitspraken van de rechter:
Wie is aansprakelijk voor ongevallen tijdens paardrijden? (2)
In deze nieuwsbrief van mr. J.I. van der Winden, letselschadespecialist bij Maet Advocaten, voor de tweede keer aandacht voor aansprakelijkheid bij ongevallen van ruiters tijdens het paardrijden. Het gaat nu om aansprakelijkheid van een manegehouder een aansprakelijkheid van een gemeente.
Ongeval tijdens de paardrijles: manegehouder aansprakelijk
In de nieuwsbrief nr. 5 van augustus 2002 is de Nederlandse rechtspraak op het gebied van aansprakelijkheid voor ongevallen bij paardrijlessen in kaart gebracht tot de periode van de zomer van 2002. Er werd een tweetal uitspraken tegen het licht gehouden, te weten van het Gerechtshof Arnhem en de Hoge Raad. In beide uitspraken werd door de rechterlijke macht een afweging gemaakt tussen enerzijds de verwijtbaarheid van het gedrag van de ruiter en anderzijds de verantwoordelijkheid van de manege. In het arrest van de Hoge Raad was sprake van een ongeval, terwijl noch de manegehouder, noch de ruiter een verwijt te maken viel. Het betreffende paard, dat niet als bijzonder schrikachtig te boek stond, schrok van een van buiten komende impuls en niet van gedragingen van de ruiter. In een dergelijke situatie is volgens de Hoge Raad de manegehouder aansprakelijk, simpelweg omdat deze de eigenaar van het paard is en de wet zegt dat eigenaren van dieren aansprakelijk zijn voor schade die door deze dieren wordt aangebracht. Gezien de betreffende uitspraken, leek het niet langer onwaarschijnlijk dat een manegehouder aansprakelijk kan worden gehouden voor een deel van de schade van de ruiter. In de nieuwsbrief werden manegehouders er al op attent gemaakt dat zij derhalve rekening moeten houden met deze uitspraken en dat zij zich goed dienen te verzekeren tegen aansprakelijkheid. De vraag rees overigens ook nog of de manegehouder zijn aansprakelijkheid bij voorbaat kan uitsluiten door een zogenaamde uitsluitingsclausule (!!) in bijvoorbeeld de lesovereenkomst op te nemen. Het Gerechtshof Arnhem gaf aan dat de rechterlijke macht van mening was dat een dergelijk beding geen doel treft. Er werd weinig tekst en uitleg gegeven over de motivatie hiervan door het Gerechtshof.
Inmiddels is er een nieuw arrest gewezen door het Gerechtshof Leeuwarden dat ook onze aandacht behoeft. Het betreft een arrest van 12 november 2003 dat is gepubliceerd in het tijdschrift Verkeersrecht, aflevering 12, 2003. In de betreffende rechtszaak bestonden de partijen uit de ruitervereniging Schiermonnikoog en een ruitertje van 10 jaar oud. De zaak ging over een situatie waarin een meisje van 10 jaar een pony bereed tijdens een rijles. Gedurende de les is het meisje van de pony gevallen, waarbij zij met haar hoofd tegen een schot is gekomen. Medisch onderzoek wees uit dat het meisje een botbreuk had opgelopen, alsmede een hersenschudding. Geruime tijd later bleek dat de schade zo ernstig was dat het meisje blijvend gehandicapt is. Tussen partijen ontspon zich een strijd over de vraag wie aansprakelijk was voor dit ongeval. Natuurlijk werd daarbij gerefereerd aan de eerdere uitspraak uit 2002 van de Hoge Raad. De ouders van het meisje stelden dat op grond van die uitspraak ook in dit geval de ruitervereniging aansprakelijk was voor de schade. De ruitervereniging stelde echter dat de val van het meisje niet veroorzaakt werd door het bokken en steigeren van de pony tijdens de galop, zoals het meisje stelde, maar door een bokkensprongetje van de pony tijdens het lopen. Volgens de ruitervereniging was het sprongetje van de pony een normale voorzienbare beweging van de pony die door een gevorderde ruiter als Dorien, gewoon had kunnen en moeten worden opgevangen. De ruitervereniging verwees daarbij naar een verklaring van een getuige, zijnde de instructrice die de les leidde. Tevens werd gerefereerd aan het feit dat Dorien had verklaard dat zij zich voor de les al misselijk en slap voelde en dat zij daarom waarschijnlijk niet in staat was geweest om het sprongetje adequaat op te vangen. Het Gerechtshof stelt echter in dit geval dat het verweer van de ruitervereniging niet slaagt, omdat het bokkensprongetje van de pony een uiting is van de eigen energie van het dier. Het Gerechtshof stelt dat als norm heeft te gelden de vraag of de val van het meisje als gevolg van het bokkensprongetje onder alle omstandigheden zó onwaarschijnlijk was, dat de ruitervereniging er op grond van de vereiste zorgvuldigheid niet voor had moeten zorgen dat de pony zich zou onthouden van het bokkensprongetje. Het Gerechtshof overwoog dat de ruitervereniging geen feiten of omstandigheden had gesteld die tot de conclusie konden leiden dat aan de genoemde norm was voldaan. Het Gerechtshof overwoog dat ook de leeftijd van het betreffende meisje van belang was. Het Gerechtshof refereerde daarbij aan de rechtspraak van de Hoge Raad met betrekking tot verkeersongevallen en andere ongevallen, waarbij er een gevaar in het leven is geroepen en waaruit blijkt dat er in principe een volledige vergoedingsplicht van de schade is als de benadeelde een kind beneden de 14 jaar is. In dergelijke gevallen is het slechts mogelijk om te ontkomen aan aansprakelijkheid indien de gedragingen van het kind opzet of een aan opzet grenzende roekeloosheid opleveren. Het Gerechtshof overwoog dat gesteld noch gebleken was, dat de zogenaamde misselijkhei