e m kraak schreef op zaterdag, 1 januari 2005, 15:22:
> SOORTEN (Species)! - binnen het GESLACHT Juniperus.Tegenwoordig
> moet daar een onoverzienbaar gedoe aan kweekvarieteiten bij
> worden opgeteld.
>
> verschillende soorten wordt hier weer bedoeld
> Zevenboom = Juniperus sabina, NIET J. communis.
> foto zevenboom op
>
http://www.redcross.be/nl/help/gifplant.jpg/zeven.htm >
>>enz.
>> Groeten,
>> Ingrid
>
> HOE kan ik dit nu kortsluiten?...... dat je met je pony
> veiligheidshalve van ALLE conifeerachtig uitziende planten moet
> AFBLIJVEN, is dat wat?
Huh? Weet ik veel ... ik dacht alleen ik zal even overtypen wat er in het boek staat wat ik heb, maar geloof dat ik dat eigenlijk beter niet had kunnen doen

.
Ik heb er zelf geen fluit verstand van en zal aan mijn eigen pony nooit zulk soort kuren geven. Doe maar gewoon dan doen we al gek genoeg is mijn motto hahaha.
Maar zal nu even het boekje erbij pakken of er nog wat specifieke soorten instaan, want zoals geschreven, ik had niet alles overgetypt vanochtend.
Vindplaats:
Een 60-tal jeneverbessoorten komt overal in de gematigde streken van het noordelijk halfrond voor, zuidelijk tot in Indie en O-Afrika. In NL en B is 1 soort inheems: Gewone jeneverbes (J. communis L.), die hier en daar nog op zure, voedselarme, stuivende heidegronden voorkomt. Verschillende soorten werden hier ingevoerd, waaruit veel cultivars zijn gekweekt. Door hun trage groei zijn jeneverbessen weinig geschikt voor bosbouw, maar des te interessanter voor siertuinen. De meeste cultivars lijken nauwelijks op bomen en zijn geschikter als bodembedekkers. Van de inheemse gewone jeneverbes zijn slechts enkele cultivars in de handel bijv. Suecica, Hibernica en Compressa. Veruit de meeste handelsvarieteiten zijn afkomstig van cederhoutbomen of rode ceder (J. virginiana L.) en van de chinese jeneverbes (J. chinensis L.).
De zevenboom (J. sabina L. var. mas) heeft hangende donkerblauwe bessen die uit 6 kegelschubben zijn opgebouwd en zo groot zijn als een erwt. Oudere planten verliezen de meeste naalden en behouden vrijwel alleen schubvormige bladeren. De taktopjes hebben een afschuwelijk brandende smaak en rieken, na wrijven, zeer sterk en onaangenaam. De hoogte varieert per cultuurvarieteit: bij opgaande stammen tot 3 m, bij liggende 0,5 tot 1 meter.
Dat was het wel. En ik heb echt gewoon maar overgetypt wat er in mijn boekje staat. Weet niets van namen of zo, ben echt een leek op dit gebied, maar dacht gewoon wat informatie te hebben, meer niet.
Isabella staat tussen de coniferen, de dennen en andere naaldsoortige bomen die ik geeneens uit elkaar kan houden, en als we ze knippen vindt ze het leuk om met de takken aan de haal te gaan. Alleen de taxus ken ik en die staat ver genoeg van de wei af. Maar de goudenregen staat er weer veel te dicht op naar mijn idee.
Groeten,
Ingrid