Waldo50 schreef op woensdag 15 januari 2014, 18:33:
> Talitha schreef op woensdag 15 januari 2014, 17:56:
>
>> Toch vraag ik me af of het zin heeft om mengsels van kwetsbare inheemse

> zo smakelijke rassen, veel minder gegeten, krijgen die kans wel om zaad te
> produceren en daarmee hun omgeving te kunnen voorzien van zaad. Conclusie
> : Na enige jaren hebben de onsmakelijke rassen de overhand in het weiland
> en zijn de lekkere rassen, zoals de raaigrassen juist verdwenen.
deze theorie klopt ook niet. Na enige jaren heb je een vegetatie die het gevolg is van de beweiding en grondsoort. Vaak krijg je door beweiding plekken waar veel wordt gemest en daar wordt niet gegeten. door bemesting krijg je bovendien soorten die van voeding houden, dus vaak engels raai en andere mestminnaars. Ook de boterbloem bv. In een wei zie je ook vaak stukken met typische tredvegetatie, soms is de hele wei daardoor ingenomen.
> De volgende grassoorten zijn zeer geschikt voor vezelrijke paardenweiden
> met lage fructaangehalten: grote vossenstaart, timothee, roodzwenkgras,
> kamgras, veldbeemd, honinggras en kropaar.
honinggras ken ik niet maar de andere soorten op het lijstje zou ik niet zo snel mengen want er zijn soorten met verschillende voorkeur voor grond. Roodzwenk is meer gazongras, het blijft klein en heeft heel dunne bladeren.
kamgras is ook te fijn en een soort die zich slecht handhaaft (de soort is ook vrij zeldzaam in NL, zeker in het westen) timotee minder geschikt voor beweiding
wel geschikt: grote vossestaart, kropaar en veldbeemd + engels, frans en italiaans (minder bij beweiding) raai , rietzwenkgras bv