Els Kleverlaan schreef op maandag 22 februari 2010, 13:51:
> Dit is sec de opgave: Kind krijgt driftbui aan tafel. Ouders sturen het
> kind weg. Rust wordt hersteld. Het kind zit liever op zijn kamer dan aan
> tafel, maar dat beseffen de ouders niet.
.
> Kind als trainer:
> Kind krijgt driftbui en oefent zo druk uit op zijn ouders. Ouders sturen
> het kind weg. Rust keert weer (de druk verdwijnt) = negatieve beloning.
Ik zou zeggen (Kind als trainer):
Kind krijgt driftbui en oefent zo druk uit op zijn ouders. Ouders sturen
het kind weg. Het kind mag/moet naar zijn kamer en dat is wat het kind wil = positieve beloning.
De ouders zijn braaf (in de ogen vh kind als trainer), want het gevolg van hun gedrag (dus wat het kind als trainer probeert te beïnvloeden) is precies dat wat het kind wil (naar z'n kamer gestuurd worden).
> Ouders als trainer:
> Kind krijgt driftbui, ouders sturen het weg en ontnemen het zo aandacht,
> eten en gezelschap = negatieve straf.
ja, mee eens; máár.. op z'n Skinner's : de ontvanger (getrainde) bepaalt altijd of iets een beloning is of een straf. Dus of dat iets het gedrag versterkt of ontmoedigt.
Dus in deze casus: het klopt wel dat het bovenstaande is wat die ouders dénken te doen. Ze denken een negatieve straf uit te delen. Echter, omdat het door het kind als belonend wordt ervaren om naar zijn kamer te mogen/moeten, zullen die ouders na verloop van tijd (hopelijk) opmerken dat hun "straf"maatregel de driftbuien aan tafel juist versterkt ipv ontmoedigt.
Skinner leert dat je als trainer áltijd controleert of dat wat je doet, inderdaad leidt tot versterking of juist ontmoediging, dus of het leidt tot dat wat je verwacht had. Blijkt het niet zo te werken als je verwacht had, dan ligt de "schuld" en dus de oplossing áltijd bij de trainer. Die moet dan iets anders verzinnen dat voor dat specifieke kind (of dier) wél uitpakt zoals de trainer het bedoelde. Dus deze ouders zullen wat anders moeten verzinnen om te zorgen dat de driftbuien verminderen, én het kind zal dan daarna wat anders moeten verzinnen om voor elkaar te krijgen dat-ie naar z'n kamer mag.
> Kind als getrainde (paard):
> Vertoont gedrag (driftbui), wordt door de ouders weggestuurd en mag naar
> zijn kamer = positieve beloning.
Als je kijkt naar hoe ik Kind als Trainer heb ingevuld, dan zie je dat het niet uitmaakt. In beide gevallen positieve beloning.
> Ouders als getrainden:
> Blijft hetzelfde als kind als trainer = negatieve beloning.
Ja, precies. Het blijft hetzelfde.
> Dit wordt omschreven als het ¨ritssluitingeffect¨ beide partijen hebben
> voordeel en daardoor wordt de situatie in stand gehouden.
Klopt. Zo'n situatie blijft alleen voortbestaan bij een slechte trainer. Want een goede trainer zal, na een tijdje, opmerken dat de driftbuien van het kind niet afnemen (wat wel de bedoeling vd ouders was), maar juist toenemen.
> En dan nog het aspirine innemen bij hoofdpijn. In dit geval zijn trainer
> en getrainde dezelfde persoon.
> Hoofdpijn oefent druk uit, persoon neemt aspirine, hoofdpijn verdwijnt =
> negatieve beloning.
Volgens mij kom je ALTIJD op dezelfde motivator uit (R+, R-, P+ of P-), als je naar 1 persoon of dier in de situatie kijkt. Het maakt daarbij niet uit of je die persoon de trainer of de getrainde noemt. Dat een situatie anders wordt bekeken door de ogen van de één of juist door de ogen van de ander, dat klopt wel, dat blijft overeind staan.
Ik blijf zeggen

: een makkelijke en correcte manier om zulke (moeilijke!) casussen is door eerst te definiëren om welk gedrag het gaat, en dan ... (zie eerder bericht in deze draad). Volgens mij is wat Inge schreef ook niet in tegenspraak daarmee, maar ik zal Inge's bericht straks nog even doorlezen.
Lastig/ingewikkeld hè... Vond ik ook hoor, in het begin (en nog steeds wel eens!!)
grt,
Karen